PREFA DAKAFVOERMontagerichtlijn
Systeem
Voorbereiding en montage van de goothaken
Dakgoot met een afschot monteren (ca. 3 mm per meter). Goothaken op de spantafstand vastzetten.
Goothaak op de dakrandplank boven de spanten markeren.
Ruimte voor de goothaak (3 × 1 cm) uit de dakrandplank halen.
Buigrand van de goothaak markeren. Op het hoogste punt moet de gootkraal onder het verlengde van het dak liggen.
Goothaak in de juiste hoek buigen.
Hoogst- en diepstgelegen haak bevestigen. Touw spannen in de waterloop en aan de voorkant van de haak (1 m = 3 mm).
Goothaak langs het touw op de helling monteren.
Montage van de goten en buizen
Dakgoot plaatsen, te beginnen op het laagste punt (±1 cm marge).
Veren van de goothaken sluiten.
Gooteinde voor kopschot 4 mm aanplooien, oversteek 30 mm (min. 3 cm).
Kopschot aanslaan.
Kopschotfels sluiten.
Afdichten met PREFA siliconen.
Voor de trechteruitloop een opening markeren op het diepste punt conform het sjabloon.
Opening uitsnijden.
Opening 4 mm naar beneden aanplooien.
Trechteruitloop ophangen.
Trechteruitloop vastmaken.
Afvoerbuis voor zwanenhals opmeten. Zwanenhals met draad aan de montagelip van de trechteruitloop bevestigen (5 cm aan elke zijde).
Pijpbeugels aan de muur monteren. Per buistraject minimaal 2 pijpbeugels plaatsen (max. 2 m tussenafstand).
Varianten goothaak
PREFA gootbeugel korte kant
PREFA bakgoothaak
PREFA gevelplankhaak
Montage van de pijpbeugels
De dakgootverbinding moet in de richting van de helling overlappen. PREFA Afdekkappen voor inslagpennen vervullen twee functies: afdekken van versleten pijpbeugelgaten en dienst doen als druppelrand wanneer er water langs de inslagpen loopt.
Indien nodig dienen de afdekkappen naar de gevel toe te worden afgedicht met PREFA speciale siliconen of speciale lijm onder de afdekkap om bescherming tegen slagregen te bieden.
PREFA pijpbeugelhouder
Ø 10 mm – Plug Ø 10 mm
PREFA wandmontageplaat
PREFA slagschroefpen
Ø 10 mm – Plug Ø 10 mm
PREFA lamellenplug
PREFA M10 schroefdraadpen
Ø 5 mm
Montage van de vierkante buis
De PREFA trechteruitloop voor de vierkante buis loodrecht boven de rioolaansluiting plaatsen.
De PREFA bevestigingsklemmen in een rechte lijn monteren (max. 2 m tussenafstand).
Een afstand van minimaal 45 mm aanhouden tussen de muur en de vierkante buis.
De PREFA mof van de vierkante buis helemaal naar beneden in de riolbuis duwen en de PREFA vierkante buis monteren. Mof omhoogschuiven en aan de vierkante buis vastmaken.
De PREFA vierkante buis altijd inkorten aan de zijde waar GEEN versmalling is. Als de versmalling (taps) wordt afgesneden, is verbinden door insteken niet meer mogelijk.
Bij lengtes van meer dan 6 m rekening houden met uitzetting van de PREFA vierkante buizen. Voeg uitzettingsmogelijkheid voorzien in het voeggedeelte.
Dakgootverbinding – Lijmen
Het te lijmen oppervlak met het meegeleverde schuurpapier schuren.
Dakgootuiteindes met het meegeleverde reinigingsmiddel schuren. Wacht 5 minuten verdampingstijd af.
Met de speciale lijm van PREFA een lijmstreep van ca. 8 mm dik aanbrengen (5 cm voor het einde).
De goot in elkaar draaien (8 cm marge), een klinknagel aan de binnenkant op de gootkraal plaatsen.
De achterste gootvouw sluiten. Als de lijmverbinding juist is aangebracht, moet de lijm aan de binnenkant zichtbaar zijn.
Dakgootverbinding – Riveteren
Op het gereinigde en droge gooteinde, 50 mm voor het einde, een streep van ca. 8 mm dik PREFA siliconen aanbrengen (5 cm vanaf einde).
Dakgoot minimaal 80 mm in elkaar draaien en achterste vouw sluiten.
Boorgaten voor klinknagels instellen op Ø 4,1 mm (8×).
Met PREFA patentklinknagels 4×10 mm in kruissteek riveteren: 6 stuks (goot 25), 8 stuks (goot 28/33), 10 stuks (goot 40), 20 stuks (Ardeense dakgoot).
Klinknagels aan de binnenzijde extra afdichten.
Dakgootverbinding – Dilatatatiemontage
Dilatatie-afstand buitenkant:
• PREFA hanggoot max. 12 m
• PREFA Ardeense dakgoot max. 6 m
• In hoeken moet de dilatatie-afstand worden gehandhaafd.
Lage schuifnaad:
Voegpunt van de goot in het gedeelte van de trechteruitloop. Gooteinden 80 mm in elkaar schuiven en uitsnijden (niet riveteren!).
Montage kopschot om te verlijmen
Het linker of rechter lipje met de hand afbreken, afhankelijk van welke kant het verlijmbare kopstuk wordt gemonteerd.
Het te lijmen oppervlak schoonmaken met PREFA schuurpapier en lijmreinigingsmiddel. Verdampingstijd 5 minuten afwachten.
Een lijmstreep aanbrengen, het verlijmbare kopstuk in de kraal plaatsen en de dakgoot er indraaien.
Het verlijmbare kopstuk nog op de dakgoot drukken, zodat de snijrand niet meer zichtbaar is.
Het totaalsysteem – PREFA aluminium dakgoten
Goothaak
Mastgoot dilatatie
Mastgoot
Mastgoothoek 90°
Trechteruitloop
Kopschot vlak model
Afvoerbuis
Pijpbeugel (M10 schroef zonder pen)
Waterklep
Sprongbocht
Kap voor standleiding
Inslagpen (zeskantkraag)
Standleiding (reinigingsopening)
Pijpbeugel voor standleidingen
Bocht 40°
Bocht 72°
Bocht 80°
Y-stuk
Y-stuk conisch
Spuwermond (rond)
Bladvanger
Afvoerbuis 1,6 mm + verbindingsstuk
Waterverzamelaar
Vergaarbak
Vergaarbak (rond)
Kopschot rond model
Schuifmof
Trechteruitloop (verlijmbare flens)
Pijpbeugelhouder voor WDVS
Schuine uitloop
PREFA speciaallijmset
Inhoud: 1 tube PREFA speciale lijm 290 ml · 1 flacon lijmreiniger 60 ml · 1 schuurpapier · 1 reinigingsdoek · 2 adaptermondstukken
Mast- en bakgoot: ca. 22 verbindingen (afm. 250) · ca. 19 (afm. 280) · ca. 15 (afm. 333) · ca. 12 (afm. 400)
Ardeense dakgoot: ca. 5 verbindingen per tube
Algemene opmerkingen
- Voorgehangen dakgoten verzamelen het opgevangen regenwater en voeren het af naar het afwateringssysteem.
- Dakgoten moeten in principe met een afschot in de richting van de afvoerbuis gemonteerd worden.
- Restwater dat door oneffenheden in de dakgoot ontstaat, door naden en dilataties, vormt geen defect.
- De ontwerper moet het ontwerp van de dakgoot uitvoeren in overeenstemming met EN 12056-3.
- Bladeren, vuil en indien nodig ijs en sneeuw dienen regelmatig uit dakafvoersystemen te worden verwijderd. Dit is vooral belangrijk voor regenkleppen, watercollectoren en bladvangers. In de wintermaanden dient het ijs uit watercollectoren en bladvangers te worden verwijderd.
Voorbereiding en montage van de goothakenStap-voor-stap installatiehandleiding
Dakgoot met een afschot monteren (ca. 3 mm per meter). Goothaken zoals gewoonlijk op de spantafstand vastzetten.

Goothaak op de dakrandplank boven de spanten markeren.

Ruimte voor de goothaak (3 x 1 cm) uit de dakrandplank halen.

Buigrand van de goothaak markeren. Op het hoogste punt van de goot moet de gootkraal onder het denkbeeldige, verlengde verloop van het dak liggen.

Goothaak in de juiste hoek buigen.

Hoogst- en diepstgelegen haak bevestigen. Touw spannen in de waterloop en aan de voorkant van de haak (1 m = 3 mm).

Goothaak langs het touw op de helling monteren.